December 18, 2017
RSS

(Oorzaak en ontstaan)

Veteranenziekte In 1976 was er een conferentie voor veteranen in Philadelphia (VS). Na deze conferentie werden een groot aantal deelnemers ernstig ziek, een deel ervan overleed aan een vorm van longontsteking. De ziekte kreeg de naam “veteranenziekte”. Legionella bacteriën In januari 1977, ontdekten onderzoekers van het Center for Disease Control (CDC) de staafvormige bacterie die overeenkomstig het eerste optreden in Philadelphia, de naam legionella kreeg. In 1980 werd duidelijk dat de legionella bacterie ook in leidingwater voorkomt.

 

Epidemieën :

Een greep uit de vele uitbraken: · 1976 Philadelphia/U.S.A., van de 200 geïnfecteerden, zijn er 30 met dodelijke afloop · 1985 Stafford/G.B., van de 163 geïnfecteerden zijn er 39 met dodelijke afloop · 1987 Herstellingsoord/Duitsland, 24 geïnfecteerden · 1999 Bovenkarspel/Nederland, van de ruim 200 geïnfecteerden, zijn er (bewezen) 17 met dodelijke afloop

Besmetting De besmetting vindt plaats via de longen. Inademing van aerosolen (minuscule waterdeeltjes in de lucht) met daarin legionella bacterien, kan de besmetting veroorzaken. Tappunten die aerosolen kunnen opleveren zijn o.a., douches, bubbelbaden en sproeiers en vernevelaars zoals tuinslangen en hogedrukreinigers.
Tijdelijke regeling legionella preventie in leidingwater (okt. 2000) In december 1999 is het voorontwerp van de “Tijdelijke regeling legionella preventie in leidingwater” gepubliceerd hierin worden in bijlagen richtlijnen gegeven ten behoeve van een risico-analyse, en ten behoeve van een beheersplan.
Op 15 oktober 2000 is de Tijdelijke regeling in werking getreden. Deze schept geen verplichtingen voor individuele installaties in woningen, maar wel voor een groot aantal collectieve en openbare installaties. Eigenaren van collectieve leidingwaterinstallaties worden verplicht een risico-analyse uit te (laten) voeren en eventueel een beheersplan op te stellen. Voor de uitvoering van de risico-analyse krijgen bedrijven een jaar de tijd (zorginstellingen een half jaar).
In de Tijdelijke regeling wordt de volgende kwaliteitseis gesteld: ” Leidingwater dat op een zodanige wijze wordt gebruikt of ter beschikking gesteld, dat daarbij relevante hoeveelheden inadembare aerosolen vrijkomen, bevat ten hoogste 50 kolonie vormende eenheden legionella-bacterien per liter” (50 kve/l).
Risico-analyse Model In de richtlijnen ten behoeve van de risico-analyse, wordt aangegeven hoe de risico-analyse uitgevoerd dient te worden. Er zijn twee mogelijkheden, te weten: · Beperkte risico-analyse, toepasbaar indien bij geen van de tappunten relevante hoeveelheden inadembare aerosolen vrijkomen · Uitgebreide risico-analyse, hierbij wordt de gehele installatie onder de loupe genomen. Tevens worden risico bevorderende en risico beperkende factoren aangegeven.

 

Een goede werking en veiligheid zijn de belangrijkste redenen om uw waterinstallatie in een topconditie te houden. Het voorkomt niet alleen onverwachte storingen maar ook onnodige slijtage van uw kostbare apparatuur.

Service is voor ons niet alleen het verhelpen van storingen ! Ook het geven van advies met betrekking tot legionella en bestrijding hiervan horen daarbij. Onze medewerkers worden ook regelmatig bijgeschoold. Hierdoor kunnen wij u een betrouwbaar advies geven, gebaseerd op de nieuwste ontwikkelingen.

Legionella (de oplossing)

Risico bevorderende factoren
· Factoren die vermeerdering van legionella bevorderen zijn: · watertemperaturen tussen 25° C en 45° C ; · stilstaand water; · lange verblijftijd; · voedingsstoffen.
Risico beperkende factoren
· Factoren die vermeerdering van legionella beperken zijn: · watertemperaturen onder 20° C (geen vermeerdering) · watertemperaturen boven 50° C (langzame afsterving) · watertemperaturen boven 60° C (snelle afsterving) · doorstroming · korte verblijftijd
Praktische hulpmiddelen voor risico-analyse en beheersplan
· De Praktijkhandleiding legionellapreventie in leidingwater(ISSO publicatie 55-1)
· Het Modelbeheersplan legionella preventie
Praktijkhandleiding legionellapreventie (ISSO publicatie 55-1, okt. 2000)
De praktijkhandleiding is bedoeld als een praktische uitwerking voor de risico-analyse voor leidingwatersystemen. Tevens geeft deze handleiding praktische regels voor het maken van een beheersplan, en fungeert daarmee als een uitwerking van de “Tijdelijke regeling legionella preventie in leidingwater”.
Modelbeheersplan (april 2000)
In het modelbeheersplan, zijn de richtlijnen t.b.v. het beheersplan uitgewerkt. (Het Modelbeheersplan vervangt het Interimbeheerprotocol van aug. 1999)

Voor de beheersing van het risico van legionella vermeerdering, is in het Modelbeheersplan gekozen voor een aanpak in drie fasen, te weten:

· fase 1, uitvoeren risico-analyse (de ISSO Praktijkhandleiding kan hierbij als praktisch hulpmiddel gebruikt worden) · fase 2, eliminatie van risico’s (door technische maatregelen(aanpassen installatie) of door toepassing van beheersmaatregelen) · fase 3, opstellen van een beheersplan (hierin komen resultaten van fase 1 en fase 2 samen).
Beheersmaatregelen voor warmwater
De algemeen geaccepteerde beheersmaatregel voor warmwatersystemen die in het Modelbeheersplan genoemd wordt is gebaseerd op thermische desinfectie. Installatieonderdelen waar de temperatuur van 60° C. niet bereikt wordt, zoals mengwateruittapleidingen, dienen wekelijks gespoeld te worden (zie ook Tabel 1) indien de mengleidingen langer dan 5 meter zijn.¹) ²). Bij etmaalgemiddelde binnentemperaturen boven 25°C, dienen mengleidingen altijd (onafhankelijk van de leidinglengte) gespoeld te worden.

Spoeltemperatuur

Spoeltijd in frequentie 1x per week

60° C  20 minuten

65° C  10 minuten

70° C  5 minuten

Tabel 1: Spoeltijden en temperaturen voor o.a. mengleidingen, langer dan 5 meter¹)
¹)In het Modelbeheersplan wordt als max. lengte van de mengleiding, 5 meter genoemd. Het is mogelijk dat in bepaalde branches en sectoren, strengere normen gehanteerd worden. ²)Voor voorbeelden van collectieve doucheinstallaties met korte mengleidingen en voor voorbeelden voor automatisch periodiek thermisch desinfecteren, in bijvoorbeeld sportaccommodaties, zie Install. concepten I, II, IV, V, VI, VII, VIII, IX . Voor voorbeelden voor de zorgsector, zie Install. concept XII.

Automatisch periodiek thermisch desinfecteren
In de praktijk blijkt het een hele klus om installatieonderdelen waar de temperatuur van 60° C. niet bereikt wordt handmatig wekelijks te spoelen met warm water volgens tabel 1. Bij handmatig spoelen moet er op gelet worden dat:

· er een logboek bijgehouden moet worden (handmatig of digitaal) · er niet vergeten wordt wekelijks te spoelen · de minimale spoeltijd op elk tappunt gehaald wordt · er veel dampvorming ontstaat · kranen zelf ook warm worden (verbrandingsgevaar)

Door dit proces te automatiseren worden deze risico’s vermeden, en kan aanzienlijk bespaard worden op arbeidsuren. Arborichtlijnen geven aan dat, om te voorkomen dat werknemers aan risico’s blootgesteld worden, maatregelen getroffen dienen te worden. Hierbij wordt de voorkeur gegeven aan automatisch periodiek thermisch desinfecteren van bijv. douches in openbare douchegelegenheden(zie ook Install. concept V, VII en VIII)

Naverwarming
Bij warmwater dat met een temperatuur lager dan 50° C. uit een voorraadtoestel komt kan naverwarming geplaatst worden (zie ook Tabel 2)

Spoeltemperatuur

Spoeltijd in frequentie 1x per week

60° C  10 minuten

65° C      1 minuut

70° C  10 seconden

 

Tabel 2: Naverwarmingstijden

Koudwatersystemen
In koudwatersystemen dient de temperatuur bij voorkeur onder 20° C en zeker niet hoger dan 25° C. te worden. Indien mogelijk dient de installatie zo uitgevoerd te worden(of bij een bestaande installatie aangepast te worden), dat te hoge koudwatertemperaturen niet voor kunnen komen. De nieuwste inzichten geven aan dat in ruimten bij binnentemperaturen van 25° C. en hoger (in sommige situaties ook reeds onder 25°C.) en een gebruiksfrequentie minder dan eens per week, risico’s kunnen optreden. Als beheersmaatregel wordt wekelijks spuien(verversen van koudwater) op de tappunten zinvol geacht.³)

³) Voor automatisch spuien van koudwaterleidingen zie Install. Concept XII

Alternatieve desinfectiemethoden
Er is een onderzoek gestart, uitgevoerd door het KIWA, met als doel inventarisatie en beoordeling van alternatieve desinfectiemethoden. Het gebruik van alternatieve desinfectiemethoden, eventueel in combinatie met thermische desinfectie, is mogelijk indien deze aantoonbaar hetzelfde effect hebben als thermische desinfectie. Tevens dient de alternatieve desinfectiemethode geen onaanvaardbare neveneffecten te hebben voor de volksgezondheid en het milieu en dienen de bij deze methode behorende beheersmaatregelen getroffen te worden.*)